In de Tweede Kamer zijn de zorgen over stijgende kosten voor luiers en incontinentiemateriaal zo groot dat een meerderheid een streep door uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor deze producten zet. “Ontzettend zonde”, reageren recyclingbedrijven.
In al het politieke geweld rond de Algemene Beschouwingen sneeuwde het een beetje onder, maar de Tweede Kamer heeft een motie aangenomen die een dikke streep lijkt te zetten door invoering van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) voor luiers en incontinentiemateriaal. Jimmy Dijk (SP) en Henk Vermeer (BBB) diende met succes een motie in waarin ze de regering oproepen “geen belasting op ontlasting” in te voeren.
De twee Kamerleden zeggen zich zorgen te maken over plannen van het kabinet om luiers extra te belasten, waardoor ouders en ouderen hier honderden euro’s per jaar extra aan kwijt zouden zijn. Ze doelen op plannen voor een UPV luiers, die minister Stientje van Veldhoven van Klimaat en Groene Groei rond de jaarwisseling wil presenteren.
Met een UPV zouden producenten (financieel) verantwoordelijk worden voor de inzameling en recycling van luiers en incontinentiemateriaal. De extra kosten die dat met zich meebrengt zullen ze echter doorberekenen aan hun klanten, wat Dijk en Vermeer dus framen als een onwenselijke belasting op ontlasting.
Hun motie werd ontraden door het kabinet dat toe wil naar een meer circulaire behandeling van luierafval, maar kreeg steun van de fracties van de SP, 50PLUS, DENK, de VVD, de SGP, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD. Het kabinet moet de komende maanden wegen hoe het hiermee omgaat.
Drie maanden geleden waarschuwden afvalinzamelaars, -verwerkers en gemeenten nog dat een besluit over de invoering van een luier-UPV niet langer kan worden uitgesteld. Acht procent van het Nederlandse restafval bestaat uit luiers en incontinentiemateriaal. In totaal gaat het om 400 kton. Hiervan wordt slechts 15 kton gerecycled. De overige 385 kton belandt in de verbrandingsoven. Dat kost inwoners geld (in de vorm van een hogere afvalstoffenheffing) en betekent ook dat er grondstoffen verloren gaan, zoals groen gas, plastics, cellulose en absorberende polymeren.
UPV kan volgens genoemde partijen enorm helpen om de recycling van luiers op te schalen. De afvalsector staat klaar om te investeren in innovatie, pilots en nieuwe verwerkingsmethoden om de luierberg te recyclen. Bijna een derde van de Nederlandse gemeenten zet inmiddels stappen om luiers gescheiden in te zamelen. Maar om business cases rond te kunnen krijgen is er duidelijkheid nodig over of producenten gaan meebetalen.
De partijen noemden UPV “de ontbrekende schakel richting de opschaling van luierrecycling”. Ze benadrukten daarbij dat met luierrecycling een aanzienlijke klimaatwinst is te behalen. Uit onderzoek blijkt dat per ton gerecyclede luiers 889 kilo CO2-emissies vermeden wordt ten opzichte van verbranding.
Edwin Verhoef van Diaper Recycling Europe vreest dat de motie de opschaling van luierrecycling afremt. Volgens hem legt een UPV de verantwoordelijkheid waar die hoort: bij producenten, die via ontwerp, materiaalgebruik en recyclebaarheid invloed hebben op de hoeveelheid afval en de verwerkingskosten. “Wie een product maakt dat veel afval veroorzaakt en duur is om te verwerken, betaalt meer. Wie slimmer ontwerpt, is goedkoper uit. Zo ontstaat een financiële prikkel voor een circulairder product en minder gebruik van nieuwe grondstoffen.”
Dat een pak luiers door de UPV duurder kan worden, is volgens Verhoef slechts de helft van het verhaal. De kosten voor verwerking zijn er nu ook, maar worden via de afvalstoffenheffing door inwoners betaald. Met producentenverantwoordelijkheid verschuift die rekening naar de productieketen, die de kosten bovendien kan beïnvloeden. De politieke leus ‘geen belasting op ontlasting’ noemt hij daarom misleidend. “Het klinkt goed aan de interruptiemicrofoon, maar de rekening en de groeiende stroom luiers en incontinentiemateriaal in het restafval verdwijnen er niet door.” Ook het beeld dat ouderen met gebruikt incontinentiemateriaal over straat moeten, dat Dijk tijdens de Algemene Beschouwingen opriep, wijst hij van de hand. Inzameling kan volgens hem efficiënt plaatsvinden bij ziekenhuizen en zorginstellingen, terwijl ouders luiers bij kinderdagverblijven kunnen inleveren. “In de praktijk blijkt dat goed werkbaar. Het zou ontzettend jammer zijn als de opschaling nu stilvalt, niet alleen voor ons bedrijf, maar voor de hele samenleving.”
Jouke Elsinga van Repaid, zeg maar de luiertak van Elsinga Beleidsplanning en Innovatie, dat aan de wieg staat van de luierrecycling bij ARN in Weurt, stelt dat een snelle beslissing over de UPV cruciaal is, ongeacht of die beslissing positief of negatief is. “We zien nu al heel wat jaren dat bedrijven, maar ook gemeenten, nauwelijks stappen willen zetten richting luierrecycling omdat het debat over die UPV maar niet wordt afgesloten. Zelf ben ik inmiddels op het punt gekomen dat duidelijkheid geven nu het belangrijkste is. Als de politiek snel meer luiers willen recyclen, kies voor UPV. Als ze dat niet belangrijk vinden, stel dan in ieder geval snel en helder dat het er niet komt. Dan kan iedereen verder met zijn businesscase. Het slechtste wat kan gebeuren is dat de beslissing uitgesteld wordt. Nu zien wij projecten niet doorgaan, omdat partijen niet eindeloos willen wachten op duidelijkheid uit Den Haag. Wij bouwen nu een Repaid installatie in Kopenhagen. Als er in Denemarken een discussie over een UPV was, dan zou er te veel onzekerheid over de financiering zijn en zou die fabriek nu niet gebouwd worden. ”
De plannen voor een steeds hogere belasting op het verbranden van afval kan businesscases op termijn wel helpen, denkt Elsinga. “Maar ook daarvoor geldt weer: hoe zeker zijn die plannen? Je moet er wel mee kunnen rekenen.”
In gemeenteland is er met verbazing naar de motie gekeken. Ralph Peters van de NVRD reageert gevat dat de motie beter rijmt dan redeneert. “Als de indieners doelen op producentenverantwoordelijkheid voor luiers, halen ze twee zaken door elkaar: dat is geen belasting, maar verantwoordelijkheid van producenten voor hun eigen product, ook nadat het op de markt is gebracht. Luiers en incontinentiemateriaal vormen zo’n 8 procent van ons restafval. De kosten daarvan betalen inwoners nu via de afvalstoffenheffing. Producenten laten meebetalen legt de rekening waar ook de invloed zit: op ontwerp, materiaalgebruik en recyclebaarheid. Dat geeft een prikkel om de afvalberg te verkleinen. Met een leuke slogan verdwijnt die afvalberg niet. De rekening voor inwoners evenmin.”
Mogelijk biedt de ‘creatieve formulering’ van de motie van Dijk en Vermeer het kabinet nog een uitweg om toch werk te maken van een UPV. Want zoals Peters opmerkt, is de invoering van producentenverantwoordelijkheid geen invoering van een belasting. Neemt het kabinet de motie letterlijk, dan kan ze die in die zin eenvoudig naast zich neerleggen – een belasting op luiers en incontinentiemateriaal komt er namelijk niet. Wel zal het kabinet dan met een overtuigend plan voor de invoering van een UPV moet komen, dat ook recht doet aan de zorgen die er zijn over stijgende kosten voor ouders en ouderen. Anders kan de Kamer wel eens definitief een streep door de luier-UPV zetten, als ze dat niet al gedaan heeft met de huidige motie.