Categorie: Regels, toezicht en rechtspraak | Gepubliceerd: 04 mei 2026

Rechter: nieuwe geuremissienorm niet haalbaar voor Orgaworld

In een zaak over geuremissies tussen Orgaworld en de provincie Flevoland concludeerde de rechter dat de nieuw gestelde norm niet haalbaar is voor het bedrijf.

De provincie Flevoland actualiseerde in 2025 de vergunning van gft-verwerker Orgaworld en stelde daarin nieuwe limieten aan het veroorzaken van geur. Daarmee zou de vergunning weer voldoen aan de Europese regels. Het bedrijf vond echter dat de nieuw gestelde norm onhaalbaar werd en vreesde zelfs dat het daardoor zou moeten sluiten. Hierover stond de verwerker in januari tegenover de provincie voor de rechter in Utrecht. Ook Mobilisation for the Environment (MOB) was partij ter zitting. Het besluit van de provincie was namelijk genomen naar aanleiding van een actualisatieverzoek van MOB. Maar de organisatie ging in beroep tegen dit besluit, omdat ze vond dat Orgaworld de aangepaste vergunning overtrad en de nieuwe normen te zwak waren. De rechtbank verklaarde de beroepen van zowel Orgaworld als MOB gegrond en vernietigde het besluit van de provincie.

Onvoldoende gemotiveerd

De rechter vond dat de provincie onvoldoende gemotiveerd en onderbouwd heeft dat de nieuwe norm haalbaar is voor Orgaworld. Het is aan het bevoegd gezag (in dit geval dus de provincie) om te motiveren dat een geuremissie-eis die is opgenomen in een vergunningvoorschrift onder normale bedrijfsomstandigheden haalbaar is. Als dat niet het geval is, behoort een vergunning te worden geweigerd of (in het kader van actualisering) te worden ingetrokken.

Op de provincie rust dus de verantwoordelijkheid om te beoordelen of de gestelde emissiegrenswaarde voor Orgaworld haalbaar is. Als blijkt dat de geuremissie-eis niet haalbaar is omdat dit zou leiden tot buitensporig hogere kosten in verhouding tot de milieuvoordelen, kan de provincie in specifieke gevallen minder strenge emissiegrenswaarden vaststellen. De buitensporig hogere kosten in verhouding tot de milieuvoordelen moeten dan wel het gevolg zijn van de geografische ligging van de betrokken inrichting, de lokale milieuomstandigheden of de technische kenmerken van de betrokken installatie.

Verder maakte de provincie ook nog eens diverse fouten bij het actualiseren. Zo heeft het zich ten onrechte gebaseerd op de Omgevingswet, terwijl de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en onderliggende regelgevingen nog van toepassing waren, en is er naar het oordeel van de rechtbank ten onrechte geen implementatietermijn in het bestreden besluit opgenomen.

MOB moet nog afwachten

De provincie moet van de rechter een nieuw besluit nemen op het actualisatieverzoek van MOB. Maar deze wordt naar verwachting doorkruist door implementatie van de gewijzigde Richtlijn industriële emissies, uiterlijk per 1 juli 2026. De provincie moet dan dus het nieuwe besluit nemen met inachtneming van de dan geldende regels, rekening houdend met de uitspraak.

Gerelateerde artikelen