Categorie: Regels, toezicht en rechtspraak | Gepubliceerd: 24 april 2026

Verwarring gebruik secundaire bouwstoffen: kabinet door het stof

Decentrale overheden mogen niet alleen locatiespecifieke, maar ook generieke beperkingen opleggen ten aanzien van secundaire bouwstoffen. Het kabinet beweerde eerder iets anders, maar moet daar nu op terugkomen.

Lokale overheden blijken meer mogelijkheden te hebben om secundaire bouwstoffen uit bouwprojecten te weren dan het kabinet de Kamer vorige maand nog voorhield.
Lokale overheden blijken meer mogelijkheden te hebben om secundaire bouwstoffen uit bouwprojecten te weren dan het kabinet de Kamer vorige maand nog voorhield. | Dreamstime

In het Circulair Materialenplan (CMP) staat een oproep aan decentrale overheden om geen generieke beperkingen op te nemen ten aanzien van de toepassing van secundaire bouwstoffen, maar om specifiek per bouwstof en per toepassingslocatie een afweging te maken. De reden voor deze oproep is dat een generieke maatregel onnodig de afzet beperkt van secundair materiaal dat voldoet aan de kwaliteitseisen van de wet- en regelgeving, en bovendien leidt tot een ongelijk speelveld binnen Nederland. Toch betekent die oproep niet dat een generieke beperking niet mogelijk is. Een bevoegd gezag mag hier wel degelijk toe besluiten. Dat schrijft Stientje van Veldhoven, minister van Klimaat en Groene Groei in brief aan de Tweede Kamer.

Die boodschap betekent nogal wat. Nog maar aan een maand geleden schreef Annet Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, de Kamer nog dat gemeenten wel specifieke maatregelen mogen nemen om het gebruik van secundaire bouwstoffen aan banden te leggen, maar dat generieke beperkingen voor de toepassing van secundaire bouwstoffen die voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen níet zijn toegestaan. Een gemeente mag dus bijvoorbeeld per specifieke locatie het gebruik van staalslakken verbieden, maar niet zomaar voor de hele gemeente.

'Betreurenswaardig'

Uit een juridische verkenning van ChemLegal en FLO Legal blijkt echter iets anders. Hierin wordt geconcludeerd dat decentrale overheden niet alleen locatiespecifieke, maar ook generieke beperkingen mogen opnemen op gebied van secundaire bouwstoffen. Van Veldhoven bevestigt nu dat het kabinet deze conclusie bevestigt. De bevoegdheid om op lokaal niveau aanvullende maatregelen te treffen is verankerd in de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Het CMP doet op geen enkele wijze afbreuk aan de juridische verantwoordelijkheden en bevoegdheden van het bevoegd gezag.

De minister betreurt dat er verwarring is ontstaan over de oproep in het materialenplan en de relatie tot de maatwerkmogelijkheden onder de Omgevingswet. Ze hecht eraan nogmaals te benadrukken dat maatwerk mogelijk is en blijft, en dat er dus zowel specifieke als generieke beperkingen kunnen worden opgenomen in lokale regels. Voor de toch al stokkende afzet van secundaire bouwstoffen, bijvoorbeeld van producten uit bodemas, lijkt dit niet direct goed nieuws. Al is iedereen uiteindelijk natuurlijk gebaat bij heldere regels, waar geen onduidelijkheid over bestaat.

Bij de eerstvolgende wijziging van het CMP, vermoedelijk in 2027, wil Van Veldhoven hierover meer duidelijkheid scheppen. In de tussenliggende periode vraagt ze bevoegde gezagen het ministerie wel te informeren wanneer zij een generieke beperking opnemen ten aanzien van secundaire bouwstoffen. Hoewel haar ministerie de afwijkingsprocedure uit het CMP op dit punt niet zal toepassen, houdt het Rijk met deze informatie wel zicht op de beleidspraktijk, legt ze uit.

Begin deze maand vroegen de Kamerleden Ani Zalinyan (Pro) en Inez Kostić (Partij voor de Dieren) het kabinet de ontstane onduidelijkheid over de ruimte voor beperkingen voor het gebruik van secundaire bouwstoffen, meer specifiek staalslakken, weg te nemen.

Staalslakkenverbod

Specifiek voor staalslakken geldt overigens een tijdelijk landelijk verbod dan wel vergunningplicht voor nieuwe toepassingen van staalslak vanwege mogelijke milieu- en gezondheidsrisico’s. Dit verbod en de vergunningplicht gelden tot en met 23 juli 2026. Staatssecretaris Bertram heeft al aangegeven voor de tijdelijke regeling gebruik te maken van de mogelijkheid om deze te verlengen met een half jaar tot en met 23 januari 2027. Met deze tijdelijke regeling worden decentrale overheden al ontlast en is het op dit moment niet meer nodig om voor een nieuwe toepassing van staalslak die onder het verbod of vergunningplicht valt, maatwerkregels of -voorschriften in te stellen.

Nog meer verwarring voorkomen

Van Veldhoven wijst de Kamer in haar brief tot slot nog even op een fout die dan weer in de juridische verkenning is geslopen. Daarin staat namelijk dat als het CMP geen minimumstandaarden voor het gebruiken en verwerken van een bepaalde afvalstof bevat, het bevoegd gezag dit niet te toetsen aan het materialen plan.

De minister vindt het belangrijk om te benadrukken dat dit een onjuiste uitleg is van de wettelijke bepalingen die ten grondslag liggen aan het CMP. De verplichting om rekening te houden met het CMP geldt bij het uitoefenen van bevoegdheden krachtens de Wet milieubeheer of de Omgevingswet voor zover het gaat om besluiten met betrekking tot afvalstoffen. Deze verplichting heeft betrekking op alle toetsingskaders in het CMP en niet alleen de minimumstandaarden.