Categorie: Politiek en beleid | Gepubliceerd: 21 april 2026

Benchmark afvalstoffenheffing kraakt gegoochel met kosten

Een benchmark van afvalstoffenheffingen in vijftien Nederlandse gemeenten laat zien dat er vooral op het gebied van kostentransparantie, uniforme toerekening en het gesprek over ondersteunende kosten nog veel te winnen is.

Afvalstoffenheffingen zijn lastig vergelijkbaar en dat moeten gemeenten zichzelf aanrekenen.
Afvalstoffenheffingen zijn lastig vergelijkbaar en dat moeten gemeenten zichzelf aanrekenen. | Dreamstime | Kalman89

Afgelopen zomer kondigde IPR Normag aan te starten met het benchmarken van afvalstoffenheffingen. Vermoedelijk uitstekend getimed, want over de hoogte van die heffingen zal de komende jaren in gemeenteland veel te doen zijn. Nu de kosten voor afvalverwerking de komende jaren flink kunnen gaan oplopen door een stapeling van (verhoogde) heffingen, is het logisch dat de afvalstoffenheffing in veel gemeenten omhoog zal gaan. Het adviesbureau denkt dat dit de heffing zomaar kan doen stijgen met 50 tot 90 euro per huishouden. Afvalverwerkers voorspelden vorig jaar nog dat de afvalstoffenheffing kan oplopen naar 500 euro per jaar. In 2026 is een gemiddeld meerpersoonshuishouden nog 381 euro kwijt aan de heffing. En dus is het wachten op kritische vragen in raadszalen over waarom die heffing toch zo fors toeneemt.

De benchmark kan gemeenten helpen de afvalstoffenheffing uitlegbaar te maken, beloofde IPR Normag bij de lancering van haar vergelijkingsonderzoek. Deze biedt gemeenten inzicht in de opbouw van afvalkosten, uitgesplitst naar geverifieerde kostencategorieën ten opzichte van andere gemeenten. Maar ook transparantie richting inwoners en scherpere onderbouwing van tarieven. En uiteraard kan de benchmark gemeenten helpen beter de regie te voeren over hun afvalbeleid.

Inmiddels heeft IPR Normag de Benchmark Afvalstoffenheffing 2025 afgerond. Daaruit blijkt onder andere dat gemeenten behoorlijk goochelen met kosten die ze al dan niet toerekenen aan de afvalstoffenheffing. Dat maakt heffingen uit verschillende gemeenten matig vergelijkbaar en helpt ook niet in de transparantie richting inwoners en raad.

Grote variatie in kostentoerekening

Een van de opvallendste uitkomsten van de benchmark van vijftien gemeenten is dat zij uiteenlopende keuzes maken in de wijze waarop kosten worden doorberekend in de afvalstoffenheffing. Gemeenten verschillen in zowel de kostencategorieën als de achterliggende berekeningen van elkaar. Hierdoor ontstaan verschillen in de hoogte van de heffing tussen gemeenten. Deze verschillen zijn niet direct verklaarbaar uit keuzes in het afvalbeleid.

De benchmark maakt volgens IPR Normag duidelijk dat er behoefte is aan meer uniformiteit en normering in definities, kostensoorten en toerekeningsmethodieken. Dit vergroot niet alleen de vergelijkbaarheid, maar versterkt ook de transparantie richting inwoners en raad.

Doorrekening van ondersteunende kosten

Met name de toerekening van kosten voor communicatie, handhaving, beleid, overhead, kwijtscheldingen en btw verschillen. Sommige gemeenten rekenen deze posten volledig toe aan de afvalstoffenheffing, terwijl andere slechts een deel of zelfs niet doorbelasten.

Deze verschillen vragen wat IPR Normag betreft om verdere onderbouwing en uitleg: de mate waarin ondersteunende kosten daadwerkelijk bijdragen aan de uitvoering van afvalbeheer en de wenselijkheid van landelijke richtlijnen of handreikingen. En welke kosten daar dan in meegerekend worden en welke niet.

De benchmark toont aan dat juist deze kostensoorten een belangrijke verklaring vormen voor verschillen in heffingshoogte. Een verdiepend gesprek met de deelnemers aan de benchmark is volgens het adviesbureau noodzakelijk om tot meer eenduidigheid te komen.

Inzicht in uitvoeringskosten onvoldoende

Een derde bevinding is dat niet alle gemeenten voldoende inzicht geven in de uitvoeringskosten van afvalbeheer. In sommige gevallen ontbreken gedetailleerde kostenspecificaties, worden posten samengevoegd of is de onderliggende administratie niet volledig transparant. Dit beperkt de mogelijkheid om prestaties te vergelijken, de sturing op efficiëntie en de onderbouwing van tarieven richting inwoners en gemeenteraad.

Verbetering van de financiële transparantie en een meer uniforme verslaglegging zijn volgens IPR Normag cruciaal om de benchmark in de toekomst nog effectiever te maken. Door gezamenlijk te werken aan meer eenduidigheid kunnen gemeenten niet alleen hun eigen processen verbeteren, maar ook het vertrouwen van inwoners versterken.

Nieuwe benchmark

In 2026 voert IPR Normag de benchmark opnieuw uit. Gemeenten kunnen zich tot eind mei aanmelden. Aan deelname zijn kosten verbonden.