De afsluiting van de Straat van Hormuz heeft virgin plastic in Europa duurder en lastiger verkrijgbaar gemaakt. Dat geeft de afzet van recyclaat enig duwtje in de rug. Maar voor een structureel herstel van de plasticrecyclingmarkt is meer nodig dan een marktshock.
De blokkade van de scheepvaart door Hormuz werkte de afgelopen weken direct door in de petrochemische keten. Reuters meldde eind maart dat de oorlog de aanvoer van olie en petrochemische producten had ontregeld en dat plastic- en polymeerprijzen naar het hoogste niveau in ongeveer vier jaar waren gestegen. Het Midden-Oosten was in 2025 goed voor meer dan 40 procent van de wereldwijde export van polyethyleen. Europa is sterk afhankelijk van de productie uit die regio. Geen wonder dat de EUPC, de verenigde Europese kunststofverwerkers, de noodklok nog iets harder ging luiden. Voor de oorlog zag zij door zware prijsdruk vanwege onder andere energie, arbeid en milieukosten al verschillende petrochemische bedrijven uit Europa vertrekken. Door de oorlog nemen de kosten alleen maar toe. EUPC verwacht verdere krimp, of als de prijsstijgingen niet doorberekend kunnen worden zeker een aantal faillissementen.
Voor recyclers is de blokkade op korte termijn gunstig, al is het beeld gemengd. Opis, de olie en gas informatiedienst van Dow Jones, schreef op 31 maart dat er in die maand een “notable shift” op de Europese markt voor gerecyclede plastics was ontstaan: recyclaat volgde de prijsstijgingen van virgin materiaal en kreeg weer koopinteresse omdat het relatief betaalbaarder werd. Tegelijk bleef de onderliggende vraag volgens diezelfde bron zwak. Een podcast van marktanalyse bureau ICIS meldde op 1 april ook stijgende prijzen voor gerecycled pet in Europa, waarbij de oorlog als een grote schaduw boven de markt hing.
Daarmee is de crisis in de Europese recyclingmarkt niet ineens voorbij. De Europese Commissie (EC) stelde eind 2025 al vast dat de sector kampte met hoge energiekosten, lage en onvoorspelbare prijzen voor virgin plastic en concurrentie van goedkoop ingevoerde kunststoffen, waaronder volgens Brussel ook virgin plastics die ten onrechte als gerecycled werden verkocht. In het zogenoemde winterpakket stelde de EC strengere documentatie-eisen voor, aparte douanecodes voor virgin en gerecycled plastic en extra controles op import. In het Commissieplan werd bovendien uitgegaan van een verlies van 1 Mton recyclingcapaciteit tegen eind 2025.
In Nederland legt de NRK de nadruk vooral op de verslechterde kosten- en leveringssituatie van plastics. De brancheorganisatie voor kunststof en rubber schreef half maart dat verstoringen rond Hormuz leiden tot hogere energieprijzen, duurdere grondstoffen, oplopende transportkosten en langere levertijden. In een uitzending van Nieuwsuur werd de lijn van EUPC doorgetrokken door CEO Joan Hanegraaf van Opackgroup. "Onze basisgrondstof kostte 2 euro, die is al gestegen naar 3 euro. Als wij deze prijsstijging niet doorberekenen zijn we over twee maanden failliet. Iedere cent stijging in de kosten zorgt bij ons voor 700.000 euro aan extra kosten."
NRK wees er tegelijk op dat een sterkere Europese recyclingindustrie de afhankelijkheid van instabiele grondstof- en energiestromen kan verkleinen. "We moeten als Nederland en Europa in staat zijn om onze eigen producten te maken en deze producten ook weer te recyclen. Daardoor ben je niet afhankelijk van andere delen van de wereld", aldus NRK-directeur Harold de Graaf in de rapportage. Hij wees wel op de belemmerende werking van wetgeving voor de toepassing van recyclaat in met name voedselverpakkingen.
In de landen om ons heen is de situatie niet heel anders. Zo heerst ook in Duitsland zeker nog geen jubelstemming. K-Zeitung meldde deze week dat de blokkade van Hormuz de kunststofketen rechtstreeks raakt, onder meer door problemen met de aanvoer van methanol, polyethyleen en andere basisgrondstoffen. Het vakmedium schreef daarnaast over stijgende vrachtkosten, krapte en een groeiend beroep op force majeure in de keten. Dat wijst eerder op stress in de markt dan op een breed herstel.
Positiever is het signaal uit Frankrijk. Het Franse persbureau AFP schreef dat bij Paprec “een eerste opleving” van de vraag naar gerecycled plastic voelbaar was doordat virgin plastic sinds de blokkade van Hormuz duurder werd. De krant La Tribune plaatste daar een kanttekening bij: Franse recyclers vrezen dat de hogere olieprijs slechts een tijdelijk buitenkansje is en benadrukken dat vooral stabiele, blijvende vraag nodig is om investeringen weer los te trekken.
In België is de CEO van Campine ronduit positief. Wim de Vos laat aan het Vlaamse Knack op 3 april weten dat er goede tijden aan komen “…want de polymeerprijzen zijn in de laatste twee, drie weken met 30 tot 40 procent gestegen. Dat betekent dat wij meer lucht krijgen, dat wij meer marge zullen kunnen maken omdat de iets goedkopere, gerecycleerde polymeren weer in trek zullen zijn vanwege de hoge prijzen van de virgin polymeren.”
Inmiddels lijkt de straat van Hormuz weer open. Het voorlopige bestand tussen de VS en Iran zou ook inhouden dat de straat van Hormuz door de Iraniërs niet meer geblokkeerd zou worden. Het akkoord had op de wereldmarkt meteen effect: Brent-olie viel met 13 procent terug naar een niveau van 95 dollar per vat. Maar inmiddels is zeer onduidelijk of het bestand ook blijft, na beschietingen van Israël in Libanon. Iran zegt de straat weer afgesloten te hebben.
Op 1 april, de dag dat Koning Maxima de demofabriek Uppact opende, schreef CEO Jan Jaap Folmer een opiniestuk in het FD over het ontstane tekort aan recyclingcapaciteit in Nederland. Hij wees op het bekende rijtje van bedrijven die in faillissement zijn geraakt: Umincorp, Ecocircle, Blue Cycle, TRH Recycling en Ioniqa. De overheid heeft dat niet voorkomen; Folmer verwijt vooral het kabinet Schoof passiviteit. “Het gevolg is dat we, nu de grondstoffen voor plastic duurder worden en schaarser raken, niet meer over voldoende capaciteit beschikken om in Nederland op grote schaal plastic te recyclen.” Folmer hoopt dat het kabinet Jetten wél het lef heeft om stappen te zetten: “door circulair inkopen centraal te stellen, door regelgeving te moderniseren en door opschaling van recycle-initiatieven actief te ondersteunen.”
Het faillissement van recyclingbedrijven, het afzien van nieuwe projecten en het stilleggen van productie van kunststof in Europa is zeker een slechte zaak, niet in het minst voor de betrokkenen. Daar staat wel tegenover dat niet alle initiatieven even levensvatbaar zijn of waren, ook niet in een stabiele markt. Zeker is wel dat weer hard gewerkt moet worden aan de opbouw van de capaciteit.
Het belangrijkste voor de Europese recycling- en kunststofindustrie lijkt niet eens het beperken van volatiliteit van olie, maar vooral het zorgen voor zekerheid voor levering en afzet. De oorlog in Iran is het zoveelste moment in de afgelopen jaren dat politiek en industrie met de neus op de feiten drukt: Europa moet zich minder afhankelijk maken van andere landen. Dat is enerzijds een taak van de overheid, maar zeker ook een van het bedrijfsleven zelf. Bedrijfsleven en brancheorganisaties wijzen de Nederlandse en Europese overheden op de enorme drempels die zij moeten overwinnen om een levensvatbare bedrijfstak op te bouwen. Zeker is daar veel te doen. Maar het bedrijfsleven kan ook de hand in eigen boezem steken. Door opportunistisch voor de laagste prijs te gaan, ontstaat er geen stabiliteit in die markt. Die ontstaat alleen door goede samenwerking, het credo van de circulaire economie. Langjarige zekerheid door goede maar flexibele afspraken tussen leveranciers en afnemers creëert ook een stabiele markt. En een stabiele markt kan ook groeien.