Met een stevige delegatie heeft de afvalsector het kabinet van EU-commissaris Jessika Roswall gewezen op de impact van het Nederlandse belastingpakket van 567 miljoen euro per jaar op circulariteit, klimaatdoelen en investeringen in de unie.
In Brussel waarschuwden de Vereniging Afvalbedrijven (VA), samen met haar Europese evenknie Fead en leden Remondis en AVR, gisteren (9 maart) dat er door de stapeling van nationale afvalbelastingen en CO2-heffingen in Nederland marktverstoringen ontstaan binnen de Europese Unie. Als de fiscale druk in één lidstaat aanzienlijk hoger ligt dan in buurlanden, is het risico enorm dat afvalstromen en investeringen verplaatsen naar andere lidstaten. En afbouw van opgebouwde circulaire infrastructuur en AEC-capaciteit in Nederland is niet zomaar opgezet in andere delen van de Europese Unie. Binnen de Europese Unie worden er nog volop afvalstoffen gestort die in Nederland al decennia nuttig worden toegepast. Volgens de sector wordt er in Europa nog altijd 30 tot 40 Mton niet-recyclebaar, energetisch benutbaar afval gestort.
“Dit leidt niet tot minder afval of minder uitstoot, maar tot verplaatsing van activiteiten, werkgelegenheid en emissies binnen Europa,” aldus VA-directeur Patric Hanselman namens de betrokken partijen. “Dat ondermijnt zowel de interne markt als de effectiviteit van Europees milieubeleid.”
Afvalbedrijven waarschuwen daarnaast dat fiscale onzekerheid en nationale belastingverhogingen de businesscase voor nieuwe sorteer- en recyclinginstallaties verzwakken. Deze infrastructuur vraagt om kapitaalintensieve investeringen met lange terugverdientijden.
Ook zal een sterke stijging van de kosten voor het verwerken van niet-recyclebare reststromen doorwerken in de gehele keten. Hierdoor worden gerecyclede grondstoffen duurder dan primaire materialen, wat de ontwikkeling van circulaire waardeketens bemoeilijkt. En zoals men in Brussel inmiddels toch wel zal weten: die ketens staan al langer onder toenemende druk.
Sommige lidstaten, waaronder Nederland, beschikken over geavanceerde recycling- en verwerkingssystemen die een belangrijke rol spelen in het Europese systeem. Als nationale maatregelen ertoe leiden dat investeringen of capaciteit verdwijnen, kan dit op korte termijn de totale Europese recyclingcapaciteit verzwakken.
De afvalsector ziet daarom een belangrijke rol voor de aankomende Europese Circular Economy Act om een eerlijk speelveld te waarborgen en ongecoördineerde nationale maatregelen te voorkomen.
“Nederland beschikt over hoogwaardige infrastructuur voor grondstoffenherwinning en duurzame energie. De fors hogere belastingen die de Nederlandse overheid aan deze sector wil opleggen, dreigen deze belangrijke basis voor de Europese circulaire economie te ondermijnen. Het is daarom cruciaal dat de Europese Commissie ervoor zorgt dat de Circular Economy Act helpt voorkomen dat nationale maatregelen de Europese circulaire waardeketens en investeringscapaciteit onder druk zetten,” zegt Wouter van Aggelen, directeur Corporate Affairs bij Remondis.
Betrokken partijen wijzen daarnaast op de mogelijke overlap tussen nationale CO2-heffingen en het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS). Als afvalverbrandingsinstallaties over enkele jaren onder het ETS vallen, kan een additionele nationale CO2-heffing leiden tot veel hogere koolstofkosten voor dezelfde emissies.
Volgens de sector kan dit investeringen in CCS- en CCU-projecten, die nodig zijn voor verdere decarbonisatie van de afvalketen, ontmoedigen. ”Als AVR hebben wij het voornemen om grootschalig te investeren in CO2-afvang, maar het stapelen van nationale heffingen maakt de businesscase onvoorspelbaar. Zolang er geen gelijk speelveld is in uiteenlopende heffingen in Europa, worden CC(U)S‑beslissingen mogelijk uitgesteld en raakt de transitie geblokkeerd”, aldus Michiel Timmerije, directeur Energy & Residues bij AVR.
De Nederlandse situatie illustreert volgens afvalbedrijven een bredere Europese uitdaging: het waarborgen van beleidscoherentie tussen nationale fiscale maatregelen, circulaire economiebeleid en klimaatdoelen.
“Om de Europese circulaire en klimaatdoelen te halen, is een stabiel en voorspelbaar beleidskader nodig dat investeringen in recycling en decarbonisatie ondersteunt in plaats van belemmert”, aldus Paolo Campanella van Fead.
Op basis van het gesprek met het kabinet van EU-commissaris Roswall is toegezegd dat het kabinet hierover met andere directoraten-generaal binnen de Europese Commissie zal overleggen, om de mogelijke impact van nationale maatregelen op het Europese klimaatbeleid en de circulaire economie verder te bespreken. Dat lijkt een stap vooruit. Vijf maanden geleden liet Roswall na vragen over de Nederlandse heffingen van Europarlementariër Sander Smit (BBB/EVP) nog weten dat het lidstaten vrij staat om belastingen vast te stellen op afvalbeheeractiviteiten op hun grondgebied. Ook schreef ze destijds geen bewijs te hebben van tekorten aan afvalverwerkingscapaciteit in de EU of aanwijzingen te hebben dat verschillen in nationale belastingmaatregelen de duurzaamheidsdoelstellingen van de EU ondermijnen.
Afvalbedrijven hopen ondertussen dat het kabinet-Jetten aan de slag gaat met alternatieven van de Werkgroep Afvalsector voor de extra belastingheffingen van in totaal 567 miljoen euro. Buiten de sector liggen niet alternatieven echter flink onder vuur. Hoe de argumenten van beide kampen politiek worden gewogen, blijkt mogelijk morgen. Dan spreken de financiële woordvoerders in de Tweede Kamer over de materie tijdens het commissiedebat Fiscaliteit.