Categorie: Innovatie en techniek | Gepubliceerd: 29 juli 2026

'Vergassing en verbranding complementaire technologieën'

Afvalverwerkers wijzen erop dat vergassing geen ‘silver bullet’ is voor de verwerking van niet-recyclebaar afval. Hun AEC's blijven nodig, ook als er in Rotterdam een hub ontstaat waar afval en biomassa op grote schaal worden omgezet in duurzame bouwstenen voor plastics, chemicaliën en brandstoffen.

De haven van Rotterdam.
De haven van Rotterdam. | Dreamstime | Marc Rauw

In Vakblad Afval! verscheen onlangs een artikel over Rotterdamse plannen om afval en biomassa via vergassing om te zetten in duurzame koolstof die als grondstof kan dienen voor de chemische industrie. Hiervoor zou in de haven een megahub moeten worden ontwikkeld, waar jaarlijks circa 10 Mton hernieuwbare koolstof uit syngas wordt geproduceerd. Daarvoor is ongeveer 20 Mton afval en biomassa nodig. Omdat in Nederland jaarlijks slechts circa 7 Mton restafval vrijkomt, zal ook import van opgewerkte grondstoffen uit andere delen van Europa en daarbuiten noodzakelijk zijn. Maar de vraag is ook gerechtvaardigd hoeveel restafval er dan nog beschikbaar is voor afvalenergiecentrales (AEC’s) in Nederland? Voorstanders van vergassen menen dat het verbranden van koolstof in een AEC pure verspilling is. Maar afvalverwerkers kijken daar toch wat anders naar.

Complementair

In een uitgebreide beschouwing op haar eigen website waarschuwt verwerker ARN deze week dat vergassing en verbranding vooral complementaire technologieën zijn. AEC’s zijn er voor gemengd en moeilijk recyclebaar restafval, vergassingsinstallaties voor geselecteerde en voorbewerkte afvalfracties. ARN verwijst naar een (overigens nooit openbaar gemaakt) feitenonderzoek naar vermeden CO2-emissies per verwerkingsroutes voor mechanisch niet-recyclebaar brandbaar afval dat adviesbureau Haskoning in 2022 opstelde voor de Vereniging Afvalbedrijven. Dat concludeerde dat integraal restafval niet direct geschikt is voor vergassing of andere vormen van chemische recycling. Eerst moet het afval worden gesorteerd en opgewerkt tot een specifieke RDF-kwaliteit, die voldoet aan de eisen van de installatie.

Volgens ARN blijkt uit het aangehaalde onderzoek dat van het huishoudelijk restafval slechts circa 29 procent kan worden omgezet naar RDF. De overige 71 procent blijft over als sorteerresidu en moet alsnog worden verwerkt in een AEC. Voor pyrolyse liggen de eisen nog hoger en is uiteindelijk slechts circa 6 procent van het oorspronkelijke restafval geschikt als grondstof, terwijl circa 94 procent alsnog naar een AEC gaat.

ARN benoemt daarbij nog dat de hoeveelheid geschikt RDF in de toekomst naar verwachting verder afneemt door betere recycling, bronscheiding en circulair productontwerp. Vooral kunststoffen en papier, belangrijke componenten voor RDF-productie, worden steeds vaker teruggewonnen voor hoogwaardige recycling. Hierdoor blijft relatief minder geschikt materiaal over voor vergassing.

Misperen in het buitenland

Afgelopen maand waarschuwde ook Attero al voor luchtkastelen rond vergassing. In een opiniestuk op LinkedIn wees de verwerker op tientallen vergassingsprojecten in het VK die met publieke steun afval moesten omzetten in energie, brandstoffen of grondstoffen, en die vrijwel allemaal zijn gesneuveld. Ook in Duitsland, Canada en de Verenigde Staten zijn vergelijkbare ervaringen opgedaan. Vergassing blijkt technisch mogelijk wanneer gewerkt wordt met relatief schone en homogene grondstoffen zoals hout, biomassa of bepaalde industriële reststromen. Maar zodra gemengde afvalstromen in beeld komen, ontstaan grote uitdagingen rond vervuiling, variërende samenstelling, slakvorming, teerproductie en bedrijfszekerheid, stelt Attero.

Net als ARN benadrukt ook Attero dat restafval voorbewerking nodig heeft voordat het geschikt is als brandstof voor een vergasser. Dat kost energie, infrastructuur en investeringen. Daarnaast ontstaan verschillende reststromen die niet naar de vergasser kunnen of mogen. Wat gebeurt daarmee, vraagt Attero zich hardop af. Kunnen deze stromen nog worden gerecycled? Voldoen ze aan de regelgeving (de minimum standaarden) uit het Circulair Materialplan (CMP)? Kunnen de reststromen nog wel worden verbrand? Of resteert uiteindelijk alleen de optie om een deel van het afval te storten? Daarover is onzekerheid, maar dit moet wel in beeld zijn, stelt het bedrijf. Ook gooit Attero de vraag op of recyclebare koolstof überhaupt moet worden vergast? De Nederlandse overheid heeft eerder zelf aangegeven dat kortcyclische recycling de voorkeur heeft boven routes waarbij moleculen eerst worden afgebroken en vervolgens opnieuw moeten worden opgebouwd.

Gelijke behandeling

Wanneer de overheid vergassing of andere alternatieve verwerkingstechnieken toch wil stimuleren, is een gelijk speelveld essentieel, vindt ARN. Een ongelijke fiscale behandeling van technologieën die hetzelfde maatschappelijke doel dienen, kan leiden tot marktverstoring en investeringsbeslissingen die vooral door fiscale prikkels worden gestuurd. Voor een gezonde ontwikkeling van de sector is wat de verwerker betreft daarom een stabiel investeringsklimaat noodzakelijk waarin AEC's, vergassing en andere thermische conversietechnieken op gelijke uitgangspunten worden beoordeeld.

Attero kijkt daar ook zo naar. Als circulariteit het doel is, ligt het voor de hand om eerst te kijken naar de routes die de hoogste materiaalwaarde behouden. Dat bereik je door vergassingsinstallaties op dezelfde manier fiscaal te belasten als mechanische recyclinginstallaties: alle afvalstoffen die niet worden omgezet in nieuwe materialen voor de circulaire economie worden belast met een afvalstoffenbelasting en een CO2-heffing. Dan ontstaat er een gelijk speelveld tussen recyclingtechnologieën en wordt er maximaal materiaalhergebruik gestimuleerd, aldus het afvalbedrijf.

150 miljoen euro

Begin dit jaar maakte het kabinet-Jetten nog bekend dat het 150 miljoen euro uit de schatkist wil reserveren voor vergassingsprojecten. Ook toen lieten afvalbedrijven zich horen. De Vereniging Afvalbedrijven kon de reservering moeilijk plaatsen in een tijd waarin bewezen recyclingcapaciteit verdwijnt en níet op steun van de overheid kan rekenen. De vereniging wees ook op internationale studies die laten zien dat alternatieve thermische technieken technisch complex zijn. Opschaling en structurele inbedding in de keten zouden geen vanzelfsprekendheid zijn.  

In het artikel in Vakblad Afval! onderschrijven de believers in vergassing dat voorbehandeling van afval en biomassa essentieel is voor de productie van duurzame koolstof via vergassing. Maar hier is intussen al veel ervaring mee opgegaan. Ook zijn er problemen met slak/teervorming en verontreinigingen getackeld, klinkt het uit de hoek van de pro-vergassers. Zij menen dat er voor de afvalsector een prachtige kans ligt om bij te dragen aan het verduurzamen van de chemie, ondanks dat het perspectief voor afvalverbranders verandert. Pak de regie en denk mee over oplossingen, is in een notendop hun oproep.