In aanloop naar een commissiedebat over belastingen stellen publieke afvalbedrijven, samen met twee grote private afvalbedrijven, dat ze een verdere beprijzing van afvalverbranding niet schuwen. Zolang die maar de circulaire economie aanjaagt.
Afvalverbranding verder beprijzen kan een legitiem instrument zijn, maar zonder aanvullende bronmaatregelen blijft de prijsprikkel beperkt tot het einde van de keten. Zonder samenhangend beleidspakket ontstaat het risico dat gemeenten financieel worden geraakt zonder voldoende handelingsperspectief, investeringen in recyclingcapaciteit onder druk komen te staan en producentenprikkels beperkt blijven en de instroom van restafval onvoldoende afneemt. Dat stelt de NVRD, die hierover onlangs een brief heeft verstuurd aan de woordvoerders Financiën in de Tweede Kamer. Die brief is mede ondertekend door lid HVC, maar ook door de private afvalbedrijven PreZero en Renewi.
Aanleiding voor de brief is het rapport van de Werkgroep Afvalsector, dat alternatieven uitwerkt voor de door het vorige kabinet aangekondigde generieke verhoging van de afvalstoffenbelasting en CO2-heffing ter grootte van 567 miljoen euro. De NVRD en de twee private afvalbedrijven roepen de Kamer op om te bezien hoe alternatieve maatregelen uit het rapport kunnen worden omgezet in beleidskeuzes. Het gaat onder meer om:
Concreet vragen de partijen de Kamer om deze maatregelen afzonderlijk te laten appreciëren op beleidsmatige wenselijkheid, de verantwoordelijk staatssecretaris te verzoeken per maatregel een implementatiescenario uit te werken richting de Voorjaarsnota én expliciet te bezien hoe deze maatregelen kunnen bijdragen aan een verschuiving van belastingdruk van arbeid naar grondstoffen- en materiaalgebruik.
Volgens de NVRD deelt de sector één fundamenteel belang: een stabiel, voorspelbaar en effectief systeem dat circulariteit daadwerkelijk versnelt. Beleidsmaatregelen – normerend of beprijzend – moeten daar wat de verenging betreft aan bijdragen.
De Vereniging Afvalbedrijven (VA), die opkomt voor de belangen van private afvalbedrijven, waarschuwde eerder deze maand ook al dat de 567 miljoen euro aan heffingen op afval moet worden vervangen door effectieve alternatieve maatregelen. Alleen maatregelen die werken als een circulaire hefboom dragen bij aan duurzame investeringen in de noodzakelijke infrastructuur. Blijft vervanging uit, dan ontstaat volgens de vereniging een zeer groot risico op afvalweglek naar andere landen en komen investeringen niet van de grond. Een gelijk speelveld met andere Europese landen is daarbij essentieel om de circulaire ambities waar te maken.
Opvallend genoeg heeft de VA de brief niet ondertekend, terwijl twee
van haar prominente leden dit wél hebben gedaan. Wat hiervoor de
beweegredenen waren, kon een woordvoerder van de vereniging vanmorgen nog
niet zeggen. De NVRD laat weten dat de VA niet betrokken is, omdat ze geen
onderdeel uitmaakt van de Werkgroep Afvalsector.
Een deel van de achterban van de VA zal vermoedelijk overigens vinden dat
de NVRD, HVC, Renewi en PreZero met hun oproep te veel ruimte laten voor
het verder beprijzen van afvalverbranding. Iets waar private
afvalbedrijven als AVR, Attero en EEW, die dan weer wél onderdeel
zijn van de Werkgroep Afvalsector, niet op zitten te wachten. Niet voor
niets lobbyen zij via De
Afvalvergroeners al jaren voor beperkte heffingen op de verbranding
van restafval. Het verbrandingsdossier is al langer een belangrijke splijtzwam voor de
private en publieke leden van de VA.
Op 11 maart vindt het commissiedebat Fiscaliteit plaats in de Tweede Kamer. De woordvoerders Financiën komen daar ongetwijfeld te spreken over de alternatieve maatregelen uit het rapport van de Werkgroep Afvalsector. Zowel publieke als private afvalbedrijven gaan dat debat en de verdere uitwerking van het fiscale beleid richting de Voorjaarsnota door het kabinet ongetwijfeld met bovenmatige belangstelling volgen.