De Nederlandse oppositie tegen de Europese voorstellen voor einde-afvalcriteria voor bouwgranulaat krijgt draagvlak bij Europese brancheorganisaties. Nu moeten de lidstaten zelf nog gemobiliseerd worden.
De Vereniging Afvalbedrijven en de BRBS hebben al in een vroeg stadium aan de bel getrokken dat de Europese criteria voor einde-afval voor gerecyclede granulaten uit bouw- en sloopafval niet werkbaar zijn. Aanvankelijk leken ze een roepende in de woestijn, maar inmiddels lijken ook andere Europese brancheorganisaties de problemen te onderkennen. Eerste tastbare resultaat is een gezamenlijke verklaring van zeven Europese organisaties – waaronder Fead, Recycling Europ, Aggregates Europe en FIR – als reactie op het voorstel voor de criteria aan de Europese Commissie.
Genoemde partijen roepen de Commissie op om het voorstel zeer kritisch te bekijken. Daarnaast willen ze de individuele lidstaten gaan overtuigen van het gevaar van deze nieuwe regelgeving. De gevolgen kunnen namelijk enorm zijn. Als het voorstel in wet wordt omgezet, dan is de kans groot dat puingranulaten die nu de einde afvalstatus hebben op basis van nationale criteria die status gaan verliezen. Dan zouden ze niet meer mogen worden toegepast. Voor Nederland kan dat richting de 20 Mton gaan, zo waarschuwt de Vereniging Afvalbedrijven. Storten is dan de enige optie ‘en die stortcapaciteit is er niet eens’. Nog afgezien dat het storten ervan niet is toegestaan.
Hoofdpunt in de verklaring van de zeven is dat de einde-afvalcriteria
recycling eenvoudiger en aantrekkelijker moet maken. Dat is echter precies
wat het voorstel niet doet. Ten eerste is één
geharmoniseerde Europese route voor de einde-afvalstatus onwerkbaar.
Toepassing van granulaat als fundering in de Nederlandse weilanden vergt
heel andere criteria dan in de Oostenrijkse bergen. Dat met
geharmoniseerde criteria grensoverschrijdend transport eenvoudiger is, mag
waar zijn maar niet relevant. Met puingranulaat ga je nu eenmaal niet ver
rijden. Gerecyclede granulaten uit bouw- en sloopafval die een nationale
afvalstatus hebben moeten die nationaal behouden, en dus waar dat nu is
toegestaan gewoon als bouwproduct op de markt kunnen blijven.
Daarnaast zijn de limieten voor stoffen te breed en te streng. Test- en
grenswaarden moeten risico-gebaseerd en proportioneel zijn. De
verenigingen willen voor einde-afvalcriteria alleen stoffen testen die
én vaak voorkomen én een relevant milieu- of
gezondheidsrisico vormen. Ook is er groot verzet tegen dubbele testen en
dubbele regelgeving. Nationale systemen voor uitloging moeten voorlopig
kunnen blijven bestaan zolang er geen wetenschappelijk geharmoniseerde
EU-aanpak is.
Een ding is zeker: daar waar de einde-afvalcriteria voor bijvoorbeeld glas helder en eenvoudig zijn, zijn die voor bouwgranulaat uiterst complex. Het is dan ook niet te wijten aan het JRC, het onderzoekscentrum van de Europese Commissie, die de nieuwe criteria heeft opgesteld, dat de uitkomst erg onbevredigend is voor de markt, zo weet een van de betrokkenen. Het ligt vooral ook aan het mandaat dat de JRC heeft gekregen van de Europese Commissie om die criteria te ontwikkelen.
In het Vakblad Afval! van afgelopen augustus staat een uitgebreid artikel waarom de voorstellen van het JRC zo problematisch zijn, en vooral waarom Nederland daardoor sterk wordt getroffen. Universeel voor Europa is echter de basis van het voorstel. In dat voorstel worden de einde-afvalcriteria opgenomen in de bouwproductenverordening (Construction Products Regulation, CPR). Producten die voldoen aan de normen krijgen het bekende CE-teken en alleen daarmee mogen ze de markt op. En dat zou dus ook voor recyclinggranulaat kunnen gaan gelden. Dat betekent echter ook dat puingranulaat zonder die status, niet meer toepast mag worden als product.