Categorie: Politiek en beleid | Gepubliceerd: 26 juni 2026

Van Veldhoven trapt CE-debat af met brief over kabinetsinzet

In een Kamerbrief heeft minister Stientje van Veldhoven uiteengezet waar het kabinet de komende jaren de focus legt als het gaat om de versterking van de circulaire economie. De optie om klimaatmiddelen in te zetten voor circulaire projecten houdt ze open.

Minister Stientje van Veldhoven van Klimaat en Groene Groei.
Minister Stientje van Veldhoven van Klimaat en Groene Groei. | Jerry Lampen

Van pilots, first-of-a-kind-installaties en koploperbedrijven naar de reguliere economie in Nederland: in de transitie naar een circulaire economie is een schaalsprong nodig. Die conclusie trekt het kabinet na vele gesprekken met het bedrijfsleven en menige rapportage. Daarvoor moet een economische propositie ontstaan waardoor partijen circulair kunnen ondernemen. In een brief aan de Tweede Kamer stelt minister Van Veldhoven van Klimaat en Groene Groei dat dit vraagt om een structurele vraag naar circulaire producten, wetgeving die een stip op de horizon biedt via doelen en normen, kennis van ketens, versterkt instrumentarium én bereidheid om de lineaire economie uit te faseren.

Voor een doeltreffende opschaling is het nodig met enkele productketens te starten, meent Van Veldhoven. “We benutten onze sterke uitgangspositie in de circulaire economie, met kansen voor circulaire bouw, groene chemie (waaronder circulair plastic), en elektronica. Deze zijn verbonden aan (maatschappelijke) urgente opgaven waarvoor circulariteit oplossingen biedt en betreffen (kritieke) grondstoffen waarvan de leveringszekerheid op het spel staat”, schrijft de minister, die daaraan toevoegt dat ze daarnaast kansen blijft verkennen en pakken in andere sectoren, in het bijzonder waar deze bijdragen aan het verlagen van onze CO2-voetafdruk.

Bij haar 24 pagina’s tellende brief deelt Van Veldhoven met de Kamer tal van onderzoeken (zie onderaan bericht) en geeft ze een update over de ontwikkeling van het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) en (EU-)beleid en wet- en regelgeving. Allemaal zaken die de beweging naar een circulaire economie moeten ondersteunen. Maar de bewindsvrouw schrijft ook dat ze later pas duidelijk maakt welke stappen het kabinet wil zetten om tot opschaling te komen. Dat zal voor het eind van het jaar zijn, belooft ze. Dan geeft ze ook aan hoe de verwachte effecten van maatregelen gemeten zullen worden.

Toch nieuws

Hoewel het kabinet het doorhakken van knopen dus nog even uitstelt, staat er wel degelijk nieuws in de Kamerbrief. Zo schrijft Van Veldhoven bijvoorbeeld dat een besluit over de afgifteplicht voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur niet per 1 juli 2026 in werking kan treden. Aan het besluit worden de komende maanden nog aanpassingen gedaan die noodzakelijk zijn voor de implementatie. Bij het delen van de inzamelcijfers over 2025 benadrukte Stichting Open eerder deze week nog het belang van de invoering van de afgifteplicht.

Over de ketentafels die de circulariteit van de bouw, textiel, elektrische en elektronische apparaten, meubels en verpakkingen verder moeten brengen, meldt Van Veldhoven dat deze inmiddels bijna allemaal opgestart zijn. Alleen de start van de Verpakkingentafel volgt later dit jaar. Wel is al duidelijk wat daar het centrale thema zal zijn: de onderlinge afhankelijkheid van ketenpartijen om de doelstellingen van de PPWR, de EU-verordening voor verpakkingen en verpakkingsafval, te bereiken.

Niet onbelangrijk is ook dat het kabinet het voorstel van de brede NVCE-coalitie om 1,5 miljard euro vrij te maken voor de circulaire economie serieus lijkt te nemen. Van Veldhoven stelt dat er al aandacht is voor het beter geschikt maken van bestaande (subsidie)regelingen voor circulariteit, maar zegt ook toe om te laten verkennen hoe een deel van de Klimaatmiddelen (zoals de SDE++) inzetbaar is voor circulaire projecten. Ze wil dit vervolgens meenemen in de voorjaarsbesluitvorming van 2027.

Van Veldhoven lijkt ook doordrongen van de noodzaak om forsere stappen te zetten voor meer circulaire inkoop. Dit jaar nog wordt een agenda met de Kamer gedeeld met een selectie prioritaire productketens waar inkopende partijen de meeste impact mee kunnen maken ten aanzien van de circulaire economie. In een bijbehorend programma worden de concrete activiteiten om inkopende partijen te stimuleren en ondersteunen uiteengezet. Daarnaast wordt dit jaar een onderzoek uitgezet naar de meest optimale vorm van het normeren van circulair inkopen. Daarmee wordt de vrijwilligheid van het toepassen van circulair inkopen geadresseerd.

Een verkenning naar de mogelijkheden van een reparatiebonussysteem, zoals dat er is in Oostenrijk, maar ook in Frankrijk en de Duitse deelstaat Thüringen, heeft Van Veldhoven geleerd dat een reparatiebonus 2.600 tot 4.200 euro per vermeden ton CO2-eq oplevert en daarmee onvoldoende doelmatig is. Wel onderschrijft ze het belang van het structureel bevorderen van reparatie. Daarom wil ze verder onderzoeken hoe belemmeringen voor reparatie in brede zin weggenomen kunnen worden. In dat kader wordt bij de doorontwikkeling van UPV’s onderzocht hoe reparaties financieel gestimuleerd kunnen worden. Een reparatiefonds is daarbij een optie.

De minister kondigt in de brief verder onder andere nog de start aan van een onderzoek naar de benodigde uitbreiding van het moratorium op stortcapaciteit. En ze meldt dat ze in het najaar een eerste opzet van een UPV-regeling voor meubels aan de Ketentafel meubels denkt te kunnen voorleggen.

Verpakkingenbeleid

Heel interessant voor de afvalsector is wat Van Veldhoven schrijft over het verpakkingenbeleid. Zo deelt ze onderzoek naar de introductie van twee soorten verpakkingenbelastingen, die mogelijk als alternatief kunnen dienen voor een deel van de 567 miljoen euro aan extra heffingen die het kabinet bij de voorjaarsbesluitvorming 2025 bij de afvalsector neerlegde. De uitkomsten van dit onderzoek (zie apart bericht) worden meegenomen in de besluitvorming over de begroting bij Prinsjesdag. Met Prinsjesdag wordt de Kamer geïnformeerd over de appreciatie en weging van de alternatieve voorstellen die de Werkgroep Afvalsector heeft gedaan voor het beprijzingspakket voor afvalverbrandingsinstallaties, belooft de minister.

Omdat EU-lidstaten per 1 januari 2029 verplichte inzameldoelstellingen voor de inzameling van verpakkingen vast moeten stellen, heeft Van Veldhovens ministerie onderzoeksbureau Rebel gevraagd een eerste inschatting te doen van de benodigde inzameldoelstellingen op basis van de recyclingdoelstellingen en het verplichte minimumgehalte aan gerecycled materiaal in kunststof verpakkingen die in de PPWR zijn vastgelegd. De belangrijkste conclusie die Van Veldhoven daaruit haalt, is dat vooral voor kunststofverpakkingen een hoge inzameldoelstelling nodig is om de recyclingdoelstellingen te kunnen halen. Voor die stroom raadt het onderzoeksbureau daarom aan ook te kijken naar hoe de verliezen tussen inzameling en recycling kunnen worden teruggedrongen. Van Veldhoven schrijft dit mee te zullen nemen in de verdere implementatie van de PPWR en geeft aan dat dit knelpunt specifieke aandacht zal krijgen aan de Ketentafel Verpakkingen.

De Tweede Kamer gaat op woensdag 1 juli met minister Van Veldhoven in debat over de circulaire economie.