De Antwerpse intercommunale Isvag heeft een primeur met een zelfontwikkelde manier om stikstofoxiden uit de rookgassen van haar afvalenergiecentrale te halen. “Met onze oplossing zitten we ver onder de uitstootnorm voor een tiende van de gebruikelijke investering.”
“Isvag toont vandaag hoe innovatie van bij ons echt het verschil kan maken. Met vernieuwende techniek slagen ze erin de uitstoot van stikstofoxiden drastisch te verlagen. Dat is niet alleen een belangrijke stap vooruit voor de luchtkwaliteit, maar ook een sterk voorbeeld van hoe publieke bedrijven mee kunnen trekken aan innovatie en verduurzaming. Wat hier gerealiseerd wordt, is een inspirerend verhaal voor de hele sector en een mooi bewijs van Vlaamse expertise en ambitie.”
Met die lovende woorden vierde Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns gisteren de opening van een nieuwe installatie bij Isvag, die stikstofoxiden uit de rookgassen van de afvalenergiecentrale haalt. En inspireren willen ze bij Isvag. “Onze technologie is nog in veel meer installaties te implementeren”, zegt technisch directeur Sybren Van der Straeten tegen AfvalOnline. “Twee installaties in Vlaanderen zijn er al mee aan het testen.”
In drie jaar tijd realiseerde een kleine groep Isvag-ingenieurs een innovatieve oplossing om stikstofoxiden uit hun rookgassen te halen. “We hebben de inspiratie vooral gekregen uit de petrochemie”, zegt Van der Straeten. “We zetten vloeibare zuurstof, dat we inkopen, met elektriciteit om in ozon, die we vervolgens in onze rookgassen injecteren. De ozon reageert vrijwel onmiddellijk met de stikstofoxiden en maakt ze onschadelijk. Eenvoudig in principe, maar nog nooit eerder op deze schaal toegepast in een afvalenergiebedrijf.”
De nieuwe installatie beperkt zo de uitstoot van de afvalenergiecentrale tot 34 mg/Nm³, met een streefdoel van 30 mg/Nm³. De sectorale norm ligt op 150 mg/Nm³. Van der Straeten: “Als publiek bedrijf helpen we zo bij het oplossen van het stikstofprobleem in België. Als afvalsector dragen we zo’n 1 à 2 procent bij aan de totale uitstoot, maar alle beetjes helpen.”
Het roept natuurlijk wel de vraag op wat zo’n oplossing mag kosten. Dat valt echter erg mee. “De gebruikelijke techniek om stikstofoxiden te verwijderen vergt een zware investering in katalysatoren en bijhorende infrastructuur”, verwijst de technisch directeur naar selectieve katalytische reductie (SCR). “Dan heb je het zomaar over een investering van 30 miljoen euro. Wij bereiken hetzelfde of zelfs nog een beter resultaat voor een tiende van die investering.”
Is het dan logisch om het Isvag-systeem zo snel mogelijk toe te passen in meer afvalenergiecentrales? Zo simpel is het niet volgens Van der Straeten. “Dat is echt afhankelijk van de installatie. Ten eerste is de technologie alleen toe te passen bij zogenoemde natte wassing, bij een droge rookgasreiniging werkt het niet. Verder is het zo dat onze oplossing om een fors lagere investering vraagt, maar wel iets duurder is in gebruik. Vloeibare zuurstof moet je inkopen en met elektriciteit omzetten in ozon. Het helpt dan als je een overschot elektriciteit hebt. Maar bouw je een nieuwe afvalenergiecentrale, dan is het gezien de iets hogere operationele kosten economisch mogelijk interessanter om voor SCR te kiezen. Voor bestaande installaties is die rekensom anders en kan onze techniek juist veel geld besparen. Tot slot kan ruimte nog een factor zijn. SCR vraagt om relatief veel ruimte, onze technologie niet.”
De door Isvag ontwikkelde techniek zou wat Van der Straeten betreft in ieder geval opgenomen kunnen worden in de BBT [best beschikbare technieken, red.] voor afvalverbranding. “Hopelijk brengt dat andere afvalverwerkers op ideeën. Zelf bekijken we ook hoe we de komende tijd anderen kunnen inspireren. Dat past bij onze visie op kennisdeling als publiek bedrijf.”