Categorie: Regels, toezicht en rechtspraak | Gepubliceerd: 09 maart 2026

Duizenden euro's boete voor verkeerde Eural-code

Een bedrijf moet een flinke boete betalen voor het verkeerd invullen van de Eural-code. De straf viel wel een stuk lager uit dan werd geëist door het Openbaar Ministerie.

Omdat een bedrijf zich schuldig maakte aan het opzettelijk onjuist vermelden van een Eural-code op begeleidingsbrieven, moet het een boete betalen van 13.500 euro. Volgens het Openbaar Ministerie (OM) was er geen sprake van een administratieve fout, maar van calculerend gedrag en dus opzettelijk handelen. Volgens de verdediging ging het juist wel om een administratieve fout/vergissing, en was er geen sprake was van opzettelijk handelen. Het was altijd de bedoeling geweest de juiste code te vermelden en volgens die code werd het afval feitelijk ook verwerkt (dus als gevaarlijk afval). Maar de rechter van Rechtbank Amsterdam ging mee met het OM, al was volgens hem wel sprake van voorwaardelijke opzet.

Voorwaardelijke opzet

Volgens de rechter had verdachte niet moedwillig (calculerend) een onjuiste Eural-code gehanteerd en was ‘zuiver’ opzet niet bewezen. Wel was voorwaardelijk opzet bewezen. Daarvoor was in het bijzonder van belang dat het bedrijfsproces zo was ingericht, dat als een verkeerde Eural-code aan de planning wordt doorgegeven of dat de planning de code verkeerd overneemt en aan een afvalstroomnummer koppelt, alle begeleidingsbrieven zonder nadere controle die verkeerde Eural-code bevatten. Door het ontbreken van minimale controlemechanismen in het bedrijfsproces, is sprake van een kwetsbaar systeem. Daarom acht de rechtbank het bewezen dat het bedrijf voorwaardelijk opzet had op het onjuist vermelden van de toepasselijke Eural-code.

Gevaarlijk afval

Bij het bepalen van de hoogte van de boete van 13.500 euro, vond de rechter het in het bijzonder van belang dat de vermelde code impliceerde dat het niet ging om gevaarlijk afval, terwijl dat wel het geval was. Daarmee heeft verdachte een situatie gecreëerd waarbij een medewerker of een derde, zoals een controlerend ambtenaar, nietsvermoedend in aanraking kwam met gevaarlijk afval. Met alle mogelijke gevolgen van dien. Verder hield de rechtbank er rekening mee dat namens verdachte is toegelicht dat het afval in feite als gevaarlijk afval is behandeld en dat het bedrijf net zo had gehandeld als wanneer de juiste Eural-code was vermeld. Op basis van het dossier en de behandeling ter zitting kreeg de rechtbank geen aanwijzingen dat het afval anders behandeld had moeten worden.

Juiste code?

Hoewel de verdachte de verkeerde code invulde, was er nog discussie over welke code dan wél de juiste was. Volgens het OM was dat code 16.01.21. Maar de rechter kon hierover geen duidelijkheid krijgen en sprak de verdachte vrij van het onderdeel van de tenlastelegging dat inhoudt dat 16.01.21 de juiste Eural-code is.

Boete flink lager

De rechter week in zijn oordeel overigens wel flink af van de veel hogere eis van de officier van justitie. Die vorderde namelijk een geldboete van 125.000 euro, waarvan 50.000 euro voorwaardelijk, én een proeftijd van drie jaar. Daarbij ging de OvJ ervan uit dat als de verdachte het afval juist had beoordeeld, zij het afval op grond van haar vergunning niet had mogen innemen.

Maar voor de rechter was in het bijzonder van belang dat hij – anders dan de officier van justitie – niet kon vaststellen dat verdachte calculerend had gehandeld en moedwillig een verkeerde Eural-code heeft vermeld om te verhullen dat zij de afvalstroom eigenlijk niet had mogen innemen.

Ontvankelijkheid OM 

De verdediging stelde overigens aanvankelijk dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk was. Het zou niet opportuun zijn om administratieve vergissingen en interpretatiediscussies over de te gebruiken Eural-codes strafrechtelijk te handhaven. Het OM stelde uiteraard dat het wél ontvankelijk was. En wel omdat de omvang van de verdenking en de milieubelangen een strafrechtelijke handhaving rechtvaardigden. De rechter was het eens met het OM. Hij gaf wel aan dat de zaken anders zouden liggen als het Openbaar Ministerie niet in redelijkheid tot vervolging had kunnen overgaan. Maar dat was hier niet het geval. Hij voegde ook toe dat de ernst van het verwijt zoals dat was tenlastegelegd, meebrengt dat het OM op grond van de aan haar toekomende beoordelingsvrijheid tot strafrechtelijke handhaving heeft kunnen overgaan.