De gemeente Amsterdam heeft onderzocht of grotere huishoudens meer afvalstoffenheffing kunnen betalen. Juridisch is dat mogelijk, maar in de praktijk zitten er ook haken en ogen aan.
De Amsterdamse afvalstoffenheffing kent momenteel twee tarieven: voor eenpersoonshuishoudens en voor meerpersoonshuishoudens. Het college van B en W heeft onderzocht of verdere differentiatie mogelijk is, op basis van de hoeveelheid inwoners. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen een tarief dat in principe oneindig opgehoogd kan worden op basis van het aantal inwoners, en extra tarieven voor huishoudens van drie of meer inwoners of vier of meer inwoners.
Beide systemen zijn in principe fiscaal-juridisch gezien mogelijk. Maar de gemeente acht een systeem met differentiatie naar het aantal ingeschrevenen niet houdbaar. In zo'n tarievenstructuur zou een huishouden met bijvoorbeeld zes inwoners meer betalen dan een huishouden met vier inwoners, en een huishouden met tien inwoners weer een hoger tarief betalen, en zo voorts. "Een dergelijk stelsel is vanwege de complexiteit en bewerkelijkheid niet uitvoerbaar", schrijft wethouder Hester van Buren aan de gemeenteraad. De nadelen van zo'n uitgebreid tarievenstelsel wegen ook niet op tegen de voordelen, want 97 procent van de huishoudens in Amsterdam bevat één tot vijf personen. Het effect zou daarom voor de meeste huishoudens beperkt zijn, maar voor (zeer) grote gezinnen een zeer grote lastenstijging opleveren. Bovendien kan de gemeente minderjarigen niet uitzonderen of vrijstellen van de afvalstoffenheffing, omdat daarvoor "geen redelijke en objectieve rechtvaardigingsgrond bestaat" (wat juridisch gezien wel vereist is).
Uitbreiding van de huidige tariefstructuur van twee naar drie of vier tariefgroepen (voor huishoudens met drie of meer, of drie en vier personen of meer) lijkt haalbaarder. De overige G4-gemeenten (Den Haag, Rotterdam en Utrecht) kennen al dergelijke structuren. Wel is van belang dat zo'n uitbreiding een "solide motivering en belangenafweging" kent, want het college ziet dat de rechter hier bij het toetsen van belastingtarieven steeds meer aandacht voor heeft. Daarnaast moet de gemeente er rekening mee houden dat afvalproductie niet lineair is; twee personen produceren niet dubbel zoveel afval als één persoon. Het huidige Amsterdamse meerpersoonstarief is daarom ongeveer een derde hoger dan het eenpersoonstarief.
De gemeente heeft verschillende scenario's opgesteld voor nieuwe tariefgroepen, met een budgetneutrale benadering (waarbij de totale inkomsten uit de afvalstoffenheffing dus niet stijgen). Daaruit blijkt, niet geheel verrassend, dat vooral grote gezinnen de dupe zullen zijn van meer tariefgroepen. Bij één extra tariefgroep voor drie of meer inwoners kan dit nog relatief meevallen. Een kleine daling (2 procent) voor de een- en tweepersoonshuishoudens, kan dan leiden tot een stijging van 8 procent voor grotere huishoudens. Een grotere daling (19 procent), betekent dan echter al een stijging van 26 procent voor huishoudens van drie of meer personen. Wanneer nog een tariefgroep voor vier of meer inwoners wordt toegevoegd, zijn de effecten sterker. De stijging kan dan oplopen tot 40 procent.
Het Amsterdamse college van B en W liet het onderzoek uitvoeren naar aanleiding van een motie van raadslid Marja Lust (D66), die de gemeenteraad afgelopen zomer aannam. Zij verzocht het college prijsdifferentiatie van de afvalstoffenheffing te onderzoeken op basis van het aantal mensen dat staat ingeschreven op een adres, met eventueel onderscheid op basis van de hoeveelheid inwoners ouder dan 18 jaar.