Fead, Plastics Recyclers Europe en Recycling Europe hebben bijna twee jaar gewerkt aan het opbouwen van een pleidooi voor EU-regels inzake inkoop en spiegelclausules in verschillende dossiers. Nu breiden zij die campagne uit naar de Europese Verpakkingenverordening, maar dan met scherpere, dwingende eisen.
In een gezamenlijke verklaring hebben Fead, Plastics Recyclers Europe (PRE) en Recycling Europe de Europese Commissie opgeroepen om de komende uitvoeringsverordening van de Verordening inzake verpakkingen en verpakkingsafval (PPWR) te baseren op een voorkeur voor 'Made in Europe'. Gerecycled materiaal dat wordt gebruikt om aan de nieuwe doelstellingen te voldoen, moet afkomstig zijn van post-consumer-afval dat binnen de EU-27, de Europese Vrijhandelsassociatie (Eva) en het Verenigd Koninkrijk is ingezameld en gerecycled. Gerecycled materiaal uit derde landen mag alleen meetellen wanneer een tweeledig verificatiesysteem, naar het voorbeeld van de EU-verordening inzake afvaltransport (Evoa), bevestigt dat er gelijkwaardige normen op nationaal en bedrijfsniveau gelden, ondersteund door onafhankelijke jaarlijkse certificering, geharmoniseerde sancties en een model voor traceerbaarheid van de keten van bewaring.
De drie verenigingen hebben sinds het bereiken van het politieke akkoord over de PPWR verschillende variaties op dit argument naar voren gebracht. In maart 2024 verwelkomden zij gezamenlijk de opname van een spiegelclausule in het akkoord tussen de Raad en het Parlement over de PPWR; zij noemden deze essentieel voor de "Europese industriële soevereiniteit" en stelden dat de maatregel in overeenstemming was met de WTO-regels.
Dezelfde drie organisaties hergebruikten het argument in november 2025 voor een ander dossier, toen zij in een gezamenlijke verklaring over de verordening inzake afgedankte voertuigen opriepen tot EU-inkoopvereisten en "een robuuste spiegelclausule om volledige gelijkwaardigheid van de regels tussen EU- en niet-EU-marktdeelnemers te waarborgen", terwijl zij waarschuwden dat bij de opzet van de clausule dubbeling van bestaande EU-vereisten moest worden vermeden.
Enkele dagen later, op 8 december 2025, deden dezelfde verenigingen een gezamenlijke oproep in de aanloop naar het Winterpakket van de Commissie inzake de circulaire economie, waarin zij aandrongen op uitsluitend uit de EU afkomstig recyclaat voor alle doelstellingen inzake gerecycled materiaal en de aanpak omschreven als "geen protectionisme, maar een kwestie van beleidscoherentie". Toen het Winterpakket op 23 december 2025 werd gepubliceerd, verklaarde Fead in haar eigen reactie dat het pakket geen recht deed aan deze verzoeken; secretaris-generaal Paolo Campanella noemde het ontbreken van een 'Made in Europe'-clausule "een gemiste kans".
Tussen deze specifiek op kunststoffen gerichte interventies in sloeg Recycling Europe een opvallend andere toon aan. In een verklaring die op 2 februari 2026 werd gepubliceerd en ondertekend door niet nader genoemde "leden en partners", sprak de vereniging haar steun uit voor een horizontale 'Made in Europe'-voorkeur voor alle gerecyclede materialen, gekoppeld aan de doelstelling van 24 procent voor het gebruik van circulaire materialen uit de Clean Industrial Deal. Daarin betoogde beleidsdirecteur Maria Vera Duran dat "stimulansen veel krachtiger zijn dan beperkingen met talrijke neveneffecten", en de verklaring benadrukte de noodzaak om markten "open en onbelemmerd" te houden. Die invalshoek staat in schril contrast met de verklaring van 2 september, waarin wordt gevraagd om verplichte inkoopregels, verplichte certificering door derde partijen en geharmoniseerde sancties.
In de verklaring van deze maand van de drie organisaties lijken de meningen opnieuw naar elkaar toe te groeien, met name wat betreft de PPWR, met een sterke nadruk op 'Made in Europe' en een spiegelclausule: geïmporteerd gerecycled materiaal moet aan dezelfde eisen voldoen als gerecycled materiaal dat binnen de EU wordt geproduceerd. Juist dit laatste punt staat momenteel in het middelpunt van de belangstelling, aangezien de regels, waaronder die inzake certificering en testen, op gedelegeerd niveau in Europa worden opgesteld.