De gemeente Amsterdam heeft samen met een aantal andere partijen de Circulaire Deal Secundaire Bouwmaterialen ondertekend. Dat betekent dat ze binnen twee jaar 100 procent circulair moeten slopen.
De bouwsector is verantwoordelijk voor de helft van het Nederlandse grondstoffenverbruik en een aanzienlijke CO2-uitstoot. Slopen zonder rekening te houden met de mogelijkheden voor hergebruik van materialen, leidt tot het verlies van grondstoffen. Begin 2024 ondertekenden een aantal partijen in Noord-Holland Noord daarom de Circulaire Deal Secundaire Bouwmaterialen, waarin afspraken staan over circulair slopen van gebouwen. Partijen die de deal ondertekenen, zeggen toe in het eerste jaar bij ten minste de helft van alle gebouwen die gesloopt worden de circulaire oogstvoorschriften toe te passen. En dat zij binnen twee jaar 100 procent circulair slopen. Sinds eind 2025 heeft ook de Metropoolregio Amsterdam (MRA) een circulaire deal. Deze is eind vorige week ondertekend door negen nieuwe partijen, waaronder de gemeente Amsterdam, Dura Vermeer Bouw en Vastgoed Amsterdam, en Rabobank Noord West. Het totaal aantal deelnemers van de deal in de MRA komt daarmee op 69. In Noord-Holland Noord stond het aantal eind januari 2026 op 52.
Ondertekenaars dragen ook bij aan kennisdeling en doorontwikkeling door hun kennis en ervaring te delen over projecten waar zij de circulaire oogstvoorschriften hebben toegepast. De geoogste materialen die niet direct in een bouwproject kunnen worden gebruikt, worden aangemeld in een dashboard. Hierin is te zien waar ze terecht kunnen met hun materialen en bij wie ze deze kunnen afnemen.
Eerder dit jaar bleek uit onderzoek van Meijs Ingenieurs in opdracht van de provincie Noord-Holland dat circulaire sloopprojecten gemiddeld 5 procent goedkoper zijn dan traditionele sloopprojecten. Het circulaire slopen zelf duurde iets langer en kende daarom hogere kosten, maar die werden veelal gecompenseerd door besparing op stortkosten en verdiensten uit de verkoop van de materialen. Ook bieden financiers steeds vaker rentevoordelen voor projecten en bedrijven die aantoonbaar CO2 besparen. Daardoor kan de financiering dus ook gunstiger uitvallen.
Enkele projecten vielen wel iets duurder uit, maar daar bleven de kostenstijgingen beperkt tot enkele procentpunten. "Het voert te ver om te stellen dat het dus altijd iets goedkoper kan, maar er is voldoende basis om te stellen dat een circulaire uitvoering niet per definitie duurder is dan een traditionele uitvoering", concludeerde het rapport dan ook.
Afgelopen maand bleek dat 53 procent van de inkoop van de gezamenlijke MRA-deelnemers circulair was. Dat komt neer op ruim 2 miljard euro. Daarmee heeft de MRA haar eigen doelstelling voor 2025 bereikt. Tegen 2028 wil de MRA 80 procent circulair inkopen, en in 2030 100 procent.