Het kabinet neemt de helft van de aanbevelingen uit het Nationale Burgerberaad Klimaat meteen over, zoals maatregelen voor reparatie en tegen voedselverspilling. Over ongeveer een kwart moet later besloten worden - waaronder maatregelen die plasticrecyclers zouden kunnen helpen.
In totaal neemt het kabinet 41 van de 82 (deel)aanbevelingen van het Nationale Burgerberaad Klimaat over. Over nog eens achttien aanbevelingen wordt later besloten. Het kabinet neemt 23 van de aanbevelingen sowieso niet over, bijvoorbeeld omdat er praktische bezwaren zijn of omdat ze in strijd zijn met internationale afspraken. Dat schrijft minister Stientje van Veldhoven van Klimaat en Groene Groei in een brief aan de Tweede Kamer, die mede is ondertekend door haar collega's van Infrastructuur en Waterstaat, Binnenlandse Zaken en Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.
Het Burgerberaad Klimaat bood in december vorig jaar een advies aan met daarin 23 aanbevelingen. Dertien daarvan kregen steun van ten minste 75 procent van de 175 deelnemers. Deze 23 aanbevelingen zijn onderverdeeld in 82 deelaanbevelingen, waarvan het kabinet dus de helft direct overneemt. Het gaat dan bijvoorbeeld om maatregelen tegen voedselverspilling, om reparatie goedkoper te maken en een duurzaamheidslabel voor producten. Met ongeveer een kwart van de voorstellen "gaan we nog aan de slag en op zoek naar mogelijkheden", aldus de bewindslieden. Daarbij moet wel opgemerkt worden dat verschillende van de aanbevelingen die 'direct overgenomen' worden in feite al bestaand (Nederlands of Europees) beleid zijn, zoals de doelstelling voor voedselverspilling en het recht op reparatie.
De voor de afvalsector meest in het oog springende aanbeveling was om het gebruik van nieuw (virgin) plastic te belasten. Dit geld moet worden gebruikt voor aanpassingen en innovaties die nodig zijn om de Nederlandse industrie recyclaat te kunnen laten verwerken. Ook fabrikanten die recyclaat van buiten de EU gebruiken, zouden daarvoor een heffing moeten betalen. Daarnaast vond het Burgerberaad dat er een bijmengverplichting van 25 tot 30 procent voor gerecyclede of biobased grondstoffen moet komen, dat de belasting op secundaire grondstoffen omlaag moet en dat er werkgroepen moeten komen waarin de industrie en de politiek samen tot oplossingen komen voor recycling. Samen kregen deze maatregelen steun van 86 procent van het Burgerberaad.
Maar helaas: het kabinet neemt alleen de aanbeveling over werkgroepen direct over. Dat is makkelijk, want voor de invulling daarvan verwijst het kabinet naar de Plastictafel, die in de zomer van 2025 al een eindrapport aanbood. Deze aanbeveling was dus al 'overgenomen' voordat het advies überhaupt werd aangeboden. De heffing voor recyclaat van buiten Europa wordt direct terzijde geschoven. Dat is volgens het kabinet namelijk in strijd met de regels van de Wereldhandelsorganisatie en kan daarom niet worden toegepast.
Over de overige drie maatregelen binnen dit thema zal het kabinet later beslissen. Zo wil de Nederlandse overheid wel een bijmengverplichting voor plastic, maar dan wel op Europees niveau. Bijvoorbeeld binnen de Europese circulaire-economiewet, waarover het kabinet de Kamer in het derde kwartaal van 2026 verder verwacht te kunnen informeren. Een heffing op fossiel plastic wordt nog onderzocht via een suggestie van de Plastictafel: de circulaire hefboom. Dat geldt ook voor een lagere belasting voor secundaire grondstoffen, via een vrijstelling in de afvalstoffenbelasting voor sorteer- en recyclingresiduen. Dat was eveneens een suggestie van de Plastictafel.
Maatregelen tegen voedselverspilling bleken het populairst in het Burgerberaad: maar liefst 97 procent van de deelnemers steunde de aanbevelingen. Het kabinet neemt drie van de zeven aanbevelingen meteen over. Er komen houdbaarheidsicoontjes op voedsel om de houdbaarheidsinformatie duidelijker over te brengen en ook wil het kabinet de lijst met producten die geen datumaanduiding nodig hebben uitbreiden. Daarvoor komt er een verkenning. De aanbeveling om de voedselverspilling te halveren in 2035 (ten opzichte van 2015) was relatief eenvoudig over te nemen, want de Nederlandse doelstelling was al om dit in 2030 te doen. Wel staat deze doelstelling onder druk omdat de verspilling niet snel genoeg daalt.
Het Burgerberaad wilde ook graag dat Nederland een Spaanse voedselverspillingswet overneemt. Daarmee wordt bijvoorbeeld horeca verplicht om doggybags aan te bieden, moeten supermarkten overgebleven voedsel afprijzen of doneren, en moeten ook andere bedrijven en ondernemers actief aan de slag met het voorkomen van voedselverspilling. Het kabinet kijkt welke elementen hieruit effectief en haalbaar zijn voor de Nederlandse situatie. Maar omdat het kabinet juist minder wet- en regelgeving wil, komt er geen verplichting. Met diezelfde redenering zet het kabinet in op bestuurlijke afspraken met decentrale overheden, in plaats van een verplichting voor gemeenten om een beleidsplan tegen voedselverspilling te maken.
Ook het stimuleren van reparatie om spullen langer mee te laten gaan, was populair binnen het Burgerberaad. Van de deelnemers sprak 94 procent hier steun voor uit, waarmee het op een tweede plaats staat. Het kabinet neemt de aanbeveling voor een recht op repareerbaarheid aan. Ook dit is een inkoppertje voor het kabinet, aangezien de EU-Richtlijn Recht op reparatie dat vanaf dit jaar sowieso al verplicht. De aanbeveling voor meer beschikbaarheid van reparatie wordt ingevuld via het beleid omtrent circulaire ambachtscentra. Het kabinet wil in 2030 een landelijk dekkend netwerk van dergelijke centra hebben, hoewel daar geen budget meer voor beschikbaar is.
Het kabinet onderzoekt nog of reparatie ook (financieel) te stimuleren is via uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV), met name voor textiel, meubels en huishoudelijke apparaten. Ook kijkt de regering of het bestaande Nationaal Reparateursregister voor elektrische en elektronische apparaten kan worden uitgebreid met andere producten, zoals meubels en textiel.
Zoals het kabinet eerder ook al aangaf, komt er geen vrijstelling van btw voor reparatiediensten, omdat dit wettelijk gezien ingewikkeld is. Een vaste garantieperiode voor alle producten binnen productgroepen meubels, textiel en huishoudelijke apparaten en elektronica komt er ook niet, omdat het kabinet dit niet logisch vindt. "Het ene product gaat nou eenmaal langer mee dan het ander. Bijvoorbeeld: je kan verwachten dat een fietslampje korter meegaat dan een wasmachine", aldus de regering.