Categorie: Ketens en markten | Gepubliceerd: 12 december 2025

Utrechtse raad kan zich buigen over deelneming HVC

In een raadsbrief heeft college van B en W van Utrecht uiteengezet hoe een deelneming in HVC eruit zal zien én countert ze kritiek van afvalverwerker AVR. De gemeenteraad kan nu haar wensen en bedenkingen over de toetreding kenbaar maken.

Als aandeelhouder van een afvalverwerkingsinstallatie zegt Utrecht meer invloed te hebben om te sturen op maatregelen die de CO2-uitstoot te verminderen.
Als aandeelhouder van een afvalverwerkingsinstallatie zegt Utrecht meer invloed te hebben om te sturen op maatregelen die de CO2-uitstoot te verminderen.

Het Utrechtse college maakte eind van de zomer bekend een toetreding tot het publieke afval- energiebedrijf HVC te overwegen. De wens tot aansluiting bij een publiek warmtenetbedrijf is daarvoor de belangrijkste motivatie, maar mocht het tot een deelneming komen, dan zou de gemeente ook haar restafval en gft bij het bedrijf laten verwerken. Financieel zou dat volgens het college weinig uitmaken. Volgens onderzoek van de gemeente zijn de tarieven van HVC op de lange termijn vergelijkbaar met een aanbesteding door de gemeenschappelijke regeling Avu. Op de korte termijn kunnen de tarieven fluctueren, met jaren waarin HVC wat duurder is, maar ook andere jaren waarin het publieke afvalbedrijf goedkoper is dan commerciële partijen. Tarieven van HVC zouden in ieder geval stabieler en beter voorspelbaar zijn.

‘Juridisch niet haalbaar’

AVR, dat op dit moment Utrechts afval verwerkt, liet begin oktober in een brief weten het niet eens te zijn met die lezing. Het private afvalbedrijf hekelt de ‘koppelverkoop’, die juridisch niet haalbaar zou zijn. Utrecht zou de afvalverwerking niet onderhands mogen gunnen aan HVC, maar moeten aanbesteden. Daarbij verwees AVR naar de regel voor publieke bedrijven dat ze maximaal 20 procent van hun omzet mogen halen uit private activiteiten. Over het schenden van die regel wordt al volop geprocedeerd, onder andere bij het Europese Hof. Volgens AVR schendt HVC de regel, maar het publieke bedrijf claimt er juist “ruimschoots” aan te voldoen. AVR waarschuwt verder dat de afvalverwerking door aansluiting bij HVC veel duurder zal uitpakken voor Utrecht. Wel 3 tot 3,5 miljoen euro. Ook zou deze minder duurzaam kunnen worden, doordat HVC afval niet over een overslagpunt beschikt om afval in boten te laden, zoals AVR. HVC zette daar in een reactie al tegenover dat watertransport niet altijd duurzamer is dan wegtransport en haalt nog maar eens aan dat haar vrachtauto’s rijden op de duurzame brandstof HVO100.

Extra juridische borging

In een brief over deelneming in HVC die college gisteren aan de gemeenteraad stuurde, schrijft wethouder Maatoug dat ze voor afvalstromen die bij HVC worden ondergebracht gebruik wil maken van quasi-inbesteding. Omdat marktpartijen deze vorm van inbesteden uit de aanbestedingswet te discussie stellen, stelt ze voor om, als extra juridische borging, ook een uitsluitend recht toe te passen op het aanbieden van restafval en gft aan HVC. De gemeenteraad wordt gevraagd hiervoor de Afvalstoffenverordening te wijzigen, zodat het college dit in gang kan zetten.

‘Onvolledig beeld’

Op de suggestie van AVR dat verwerking bij HVC flink duurder gaat uitvallen voor Utrecht, reageert de gemeente fel. Een grafiek van AVR waaruit blijkt dat de verwerkingskosten voor fijn huishoudelijk restafval van AVR in de periode 2011-2025 altijd lager zijn geweest dan die van HVC, geeft volgens het college een onvolledig beeld. De kosten van de verwerking van grof restafval en gft zijn door AVR namelijk niet meegenomen. Utrecht nam dit wel mee.

Ook keek de gemeente niet alleen naar het poorttarief, maar ook naar restituties en belastingen. Belastingen gaan een steeds groter deel van de totale verwerkingskosten uitmaken. In het Belastingplan 2025 is een verhoging van de nationale CO2-heffing voor verbrandingsinstallaties voorgesteld. Deze heffing wordt jaarlijks verhoogd. De hoeveelheid CO2 die na verbranding uit de installatie komt is daardoor steeds belangrijker. Als aandeelhouder van een afvalverwerkingsinstallatie zegt Utrecht meer invloed te hebben om te sturen op maatregelen die de CO2-uitstoot te verminderen. Het college houdt dus vast aan haar eerdere stelling dat het financiële verschil tussen AVR en HVC op de lange termijn beperkt is, maar de tarieven van HVC als voordeel hebben ze stabieler en beter voorspelbaar zijn.

Raadsbehandeling

In de brief schrijft het college verder dat de voorhangprocedure over het besluit om toe te treden tot HVC en het raadsvoorstel hierover gelijktijdig worden doorlopen om de raadsbehandeling te vereenvoudigen. Raadsleden kunnen tot uiterlijk 4 januari hun wensen en bedenkingen kenbaar maken bij het college. Op 15 januari kan er in een commissievergadering vervolgens worden besloten over agendering van het raadsvoorstel. Het college zet erop in om de raad in de laatste week van januari een reactie op de wensen en bedenkingen te sturen, zodat raadsleden deze kunnen betrekken bij de commissiebehandeling.