Categorie: Organisaties | Gepubliceerd: 28 november 2025

RD Maasland wil af van inzameling bedrijfsafval

De gemeenschappelijke regeling RD Maasland vindt dat de inzameling van huishoudelijk afval haar kerntaak is en de inzameling van bedrijfsafval daar niet langer bij past. Scholen en gemeenten hoeven zich voorlopig echter geen zorgen te maken.

RD Maasland is van plan om haar commerciële activiteiten rond de inzameling van bedrijfsafval te beëindigen en over te dragen aan een marktpartij. Dit blijkt uit de inschrijvingsleidraad ‘Overname commerciële afvalinzameling’ die de gemeenschappelijke regeling op TenderNed heeft gepubliceerd.

Naast de inzameling van huishoudelijk afval in zes gemeenten in de regio’s Noord- en Midden-Limburg zamelt RD Maasland ook bedrijfsafval in bij zo’n 800 organisaties in diezelfde regio. Het gaat hierbij om commerciële bedrijven, maar ook maatschappelijke organisaties, scholen en gemeentelijke instellingen. De gemeenten Beesel en Horst aan de Maas - sinds afgelopen maart onderdeel van RD Maasland - vormen een uitzondering, hier zamelt de gemeenschappelijke regeling geen bedrijfsafval in.

RD Maasland is van plan om de inzameling van bedrijfsafval aan de markt aan te bieden, met uitzondering van de inzameling van het bedrijfsafval van het basis- en middelbaar onderwijs en de gemeentelijke instellingen in haar gebied. Het gaat hierbij om de inzameling van KWD-, gft- en kunststofafval en van oud papier en karton.

725 bedrijven

In totaal biedt RD Maasland de inzameling bij zo’n 725 bedrijven met zo’n 1.100 lopende contracten aan, met daarbij een jaarlijkse omzet van zo’n 780.000 euro exclusief btw. Hiervan bestaat 32 procent uit verwerkingskosten. Van de totale omzet komt zo’n 65 procent uit rolcontainerinzameling, 25 procent uit afzetcontainers en 10 procent uit overige activiteiten. De inzamelmiddelen maken onderdeel uit van de verkoop, voor een vast bedrag van 209.165 euro (exclusief btw).

Uiterlijk 1 april 2024 wil de gemeenschappelijke regeling de overname gerealiseerd hebben. Geïnteresseerde partijen hebben tot 16 januari de tijd om de interesse kenbaar te maken, aan de hand van een digitale inschrijving op TenderNed.