Wel of geen Nederlandse bijmengverplichting? Een verbod op verbranden van plastics, of juist de plasticrecyclers financieel ondersteunen? Wederom gaan Kamerleden luisteren naar suggesties uit het veld om de benarde positie van plasticrecyclers te verbeteren.
De rondetafel ‘circulair plastic’ vindt op 6 maart in de Tweede Kamer plaats omdat er zorgen zijn of de nog jonge plasticrecyclingindustrie voor Nederland behouden kan blijven. De inspraak is een vervolg op twee eerdere rondetafels twee maanden geleden. De import van goedkoop nieuw (uit fossiele grondstoffen) plastic uit onder andere China maakt het onmogelijk voor Nederlandse start- en scale-ups om te concurreren en te (blijven) investeren in het recyclen van plastic en het produceren van alternatieven uit plantaardige grondstoffen. Eerder heeft MVO Nederland hiervoor haar visie al neergelegd en gepleit voor een grotere schaalgrootte van de plasticketen.
Stichting Platform Groene Chemie Nieuwe Economie (GCNE) vindt een Circulaire Plastics Norm cruciaal om voldoende afzetmarkt te creëren en daarmee de industrie te behouden. Dat bedrijven failliet gaan of productie verminderen komt alleen door het ontbreken van vraag, volgens het platform dat de grondstoffentransitie van de Nederlandse maakindustrie wil versnellen. “De Nationale Circulaire Plastics Norm (NCPN) staat al in het hoofdlijnenakkoord en heeft daarmee politiek draagvlak. Onze focus is ja-mits en niet nee-tenzij.” De Nederlandse bijmengverplichting zou met kleine percentages – 3 procent is al een goede stap – moeten beginnen, en niet moeten wachten op de Europese. Maar er moet wel zoveel mogelijk worden aangesloten bij die Europese norm.
TNO kaart in haar position paper echter aan dat door een eenzijdige norm Nederlandse producenten zich uit de markt gaan prijzen ten opzichte van haar Europese concurrenten. Daarom moet juist wel worden aangesloten bij de Europese norm en moet het aangrijpingspunt van de norm, net zoals die van de Europese, van de verwerker worden verlegd naar het einde van de keten door gebruik te maken van de UPV’s. Ook signaleert TNO dat de Nederlandse norm niet op kwaliteit stuurt, waardoor meer recyclaat in bermpaaltjes en bloempotten terecht gaan komen. Ook hier moeten de UPV’s uitkomst gaan bieden, door daarin een getrapte bijmengverplichting van recyclaat vast te leggen en investeringen in recyclingcapaciteit te ondersteunen met investeringen. De concurrentiepositie van Nederlandse recyclers kan verbeteren door een overbruggingsregeling via een heffing van 15 eurocent per kilo plastic. Daarnaast stelt TNO een verbod voor op het verbranden van plastic en een uniform brongescheiden ophaalsysteem van plastic afval te verplichten.
Een uniform ophaalsysteem stelt de NVRD niet voor in het lijstje van oplossingen voor de crisis bij de plasticrecyclers. Net als de GCNE is ze voor een Nederlandse norm, maar die moet met een haalbaar bijmengpercentage beginnen. Om het Europese gelijke speelveld te behouden zou er een hogere heffing op fossiele plastics kunnen komen en de belasting op bijvoorbeeld arbeid verlaagd kunnen worden. Afspraken op Europees vlak moet de import van recyclaat en plastics beperken. De recyclinginfrastructuur kan verbeteren door de vergunningsprocedures te vereenvoudigen, einde-afval procedures te verduidelijken en kwaliteitseisen op te stellen die aansluiten op circulaire principes.
“Nu definitief is hoe de ambitieuze normering uit de Europese Verpakkingsverordening eruitziet, is het verstandig om de pauzeknop in te drukken voor de nationale norm. Ga terug naar de tekentafel, neem de nieuwe normering uit de Verpakkingsverordening mee in de impactanalyse en onderzoek of de nationale norm, in combinatie met de Verpakkingsverordening, het juiste nationale instrument is om circulaire verpakkingen en het innovatievermogen van de Nederlandse verpakkingsindustrie te stimuleren.” Dat de FNLI weinig ziet in de Nederlandse bijmengverplichting is bekend. De frisdrankindustrie wil 1 op 1 aansluiten met wat er in Europa gebeurt, zodat er een volledig gelijk speelveld ontstaat. Maar niet alleen dat, het position paper maakt ook duidelijk dat de voorgestelde Europese verordening inhoudelijk veel beter in elkaar zit, waardoor de beoogde effecten – meer toepassing van recyclaat – wel zullen optreden, terwijl dat met de Nederlandse norm zeer twijfelachtig is, beargumenteert de FNLI.
Vlak voor de jaarwisseling zijn er in de Tweede Kamer ook al twee rondetafelgesprekken gehouden om de circulaire economie uit het slob te trekken. De Kamerleden namen toe de zorgen over de Nationale Circulaire Plastics Norm serieus. In het debat daarover met staatssecretaris Jansen suggereerden ze bijvoorbeeld om een breed gedragen Circulair Plastic Akkoord met de sector af te sluiten. Daar was Jansen net direct enthousiast over, maar hij wilde wel kijken naar het opzetten van een overlegplatform.